Wetgeving gevonden voorwerpen en verloren voorwerpen

De Regeling Gevonden Voorwerpen in het Burgerlijk Wetboek (Burgerlijk Wetboek, boek 5, artikel 5 t/m 12) beschrijft de rechten en plichten van de vinder en van de eigenaar die zijn zaak verloren is. Hieronder staat een populaire bewoording van deze wetgeving.

Gevonden voorwerpen

Als u een voorwerp vindt, bent u verplicht zo snel mogelijk aangifte te doen van de vondst bij de gemeente. Vindt u een voorwerp in een woning, gebouw of een vervoermiddel, dan doet u mededeling van de vondst bij de bewoner of gebruiker van de woning, het gebouw of het vervoermiddel. U kunt altijd de gevonden voorwerpen in bewaring geven aan de gemeente waar u aangifte doet. Vraagt u om een bewijs van aangifte of van inbewaringstelling. Als u besluit het voorwerp zelf te bewaren, bent u verplicht voor het onderhoud ervan te zorgen zodat de staat van het voorwerp niet verslechtert. Als vinder kunt u eigenaar worden van het gevonden voorwerp. U moet dan aangifte hebben gedaan bij de gemeente. Heeft u het gevonden goed zelf in bewaring en wordt de eigenaar niet binnen een jaar bekend, dan vervallen de eigendomsrechten en wordt u eigenaar als u hierom vraagt. Als u geen aangifte heeft gedaan, kunt u nooit eigenaar worden van het gevonden goed.

Afgifte

Het Burgerlijk Wetboek kent geen afgifteplicht, behalve als dat in de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is opgenomen. Het is dus mogelijk, afhankelijk van het soort voorwerp, een gevonden voorwerp thuis te bewaren. Dit geldt niet voor gevonden paspoorten, rijbewijzen en/of andere identiteitspapieren of militaire artikelen. Daarvoor geldt wel de plicht deze te deponeren, omdat het staats- of gemeente-eigendommen betreft. Bij het niet nakomen van deze verplichting maakt men zich schuldig aan het misdrijf verduistering.

Noot iLost.nl

Als u vermoedt dat het gevonden voorwerp op enigerlei wijze in relatie staat tot een misdrijf dan dient u het voorwerp te allen tijden bij de politie af te geven en hiervan aangifte te doen. Gevonden wapens moet u te allen tijden naar de politie brengen.

Niet-kostbare zaken

Voor gevonden voorwerpen met een dagwaarde van minder dan € 450 geldt een aparte regeling. De vinder kan zijn vondst mee naar huis nemen maar ook afgeven op het gemeentelijk servicepunt. Daarmee doet hij afstand van zijn rechten. Als de eigenaar zich binnen drie maanden niet meldt, mag de de gemeente de zaak verkopen, weggeven (bijvoorbeeld aan de vinder) of vernietigen. De vinder heeft dus de keus tussen meenemen en na een jaar eigenaar worden, of afgeven en alle rechten laten varen.

Vinder wordt eigenaar

Het voorwerp kan gedurende een jaar na de aangifte worden teruggevraagd door de eigenaar. Daarna wordt het eigendom van de vinder. Het jaar gaat pas in nadat het gevonden goed bij de gemeente is aangemeld. Een vinder die te laat of geen aangifte doet, wordt pas na twintig jaar eigenaar van zijn vondst. Als de eigenaar zich binnen een jaar meldt, moet de vinder zijn vondst teruggeven. Hij heeft dan recht op een vergoeding en mag zijn vondst eventueel houden totdat de eigenaar betaalt. Als de eigenaar niet binnen een maand betaalt, laat de eigenaar daarmee zijn rechten varen. De vinder wordt dan eigenaar.

Noot iLost.nl:

Voor voorwerpen die in eigen bewaring worden gehouden geldt wel een onderhoudsplicht. U dient het voorwerp minimaal in dezelfde staat te houden als dat u het, volgens eigen opgaaf, heeft gevonden. Dit kan voor u wellicht een overweging zijn om de meer kostbare (meer dan € 450) voorwerpen niet zelf in bewaring te houden en deze toch af te geven bij de gemeente.

Vindersloon

Een vinder die voldaan heeft aan zijn verplichtingen, heeft recht op "een redelijke vergoeding". Bij een redelijke beloning wordt vaak gedacht aan 10% van de waarde van de vondst. Een vinder die zijn vindersloon niet krijgt, kan dat eventueel via de rechter opeisen. De gemeente heeft geen recht op vindersloon.

Professionele vinders

De Regeling is ook van toepassing op professionele vinders die gericht op zoek gaan naar verloren voorwerpen, bijvoorbeeld auto"s en motoren.

Gevonden dieren

Een gevonden dier kunt u afgeven in een Gemeentelijk asiel. De wet schrijft in art. 8 sub 3: Indien de gevonden zaak een dier is, is de burgemeester na verloop van twee weken, nadat het dier door de gemeente in bewaring is genomen, bevoegd het zo mogelijk tegen betaling van een koopprijs, en anders om niet, aan een derde in eigendom over te dragen. Mocht ook dit laatste zijn uitgesloten, dan is de burgemeester bevoegd het dier te doen afmaken. De termijn van twee weken behoeft niet te worden in acht genomen, indien het dier slechts met onevenredig hoge kosten gedurende dat tijdvak kan worden bewaard, of afmaking om geneeskundige redenen vereist is.

Teruggave gevonden voorwerp

De gemeente spant zich altijd in om de eigenaar van de aangebrachte goederen te achterhalen. Wordt de eigenaar opgespoord dan ontvangt hij/zij bericht. Stelt de eigenaar geen prijs meer op het goed dan kan hiervan afstand gedaan worden. De eigenaar kan het goed zelf ophalen of iemand machtigen dit te doen. De gemachtigde moet dan een legitimatiebewijs van zichzelf en een legitimatiebewijs (kopie) van de eigenaar meenemen.

Bewaartermijn

Gevonden voorwerpen worden, zo is wettelijk bepaald, na het verstrijken van die wettelijke verjaartermijn door de gemeente verkocht, vernietigd of hergebruikt. Voor vinders die door hen gevonden voorwerpen zelf thuis bewaren, geldt een bewaartermijn van een jaar.